Haken -
een techniek met vele mogelijkheden.
jolieskidz
“Vorig jaar vroeg mijn dochter of ik voor haar dochtertje zo'n leuk gehaakt mutsje kon maken. Had jaren niet gehaakt maar toch de haaknaald weer opgezocht en begonnen. Het was een ontwerp uit mijn hoofd en zeer geslaagd. Mijn dochter blij en het stond mijn kleinkind echt prachtig. Toen werd het een niet meer te stoppen hobby.....
Zo'n vijftig mutsjes verder heb ik besloten een webwinkel te beginnen, want wat moet je met zoveel ongebruikte mutsjes. De collectie is uitgebreid met sjaals, sokjes, speenkoorden, knuffels enz..... Verder haak ik ook op verzoek.” jolieskidz
Een selectie van mijn creaties op mijn Hyves pagina.
De voldoening van je eigen creatie
“Ik ben helemaal verslingerd aan haken. Met slechts een bolletje haakgaren en een haaknaald ben ik elk vrij moment bezig om weer iets nieuws te maken. Zomaar stilzitten en niets doen kan ik niet. Mijn handen moeten altijd wat te doen hebben. Ik vind het leuk om poppetjes en andere kleine frutsels te maken. Die zijn ook zo af en je kunt er goed je restjes garen mee op maken. Ook grotere knuffels maken is erg leuk werk. Ik ben blij dat ik kan haken.”
Achtergrondinformatie
Leren haken
Leren haken is niet moeilijk. Er zijn eigenlijk maar drie basissteken die je moet leren. Met die drie basissteken zijn eindeloos veel variaties mogelijk. Zij zorgen voor de verschillende patronen in je werkstuk.
Je houdt de haaknaald in je rechterhand zoals een potlood, tussen duim en wijsvinger. Met je linkerhand houd je de draad en je haakwerk vast.
- Elk haakwerk begint met een opzetlus.
Leg de draad in een lus. Steek de haaknaald erin en trek de lus omhoog.
- De eerste basissteek is de losse. Sla de draad om de haaknaald en trek de lus door.

Als je dit steeds herhaalt krijg je een ketting van lossen.

- De tweede basissteek is de vaste. Als je vasten wilt haken, maak dan eerst een ketting van lossen. Steek dan de haaknaald in de derde losse vanaf de haaknaald. Je neemt alleen de bovenkant van de losse op. Sla de draad om de naald en trek de naald op door de losse.
Sla de draad weer om de naald en trek de draad door beide lussen:

Om de volgende vaste te haken, steek je weer in de bovenkant van de volgende losse,
sla de draad om de naald, trek de naald op door de losse, sla de draad weer om de
naald en trek de draad door beide lussen. Dit steeds herhalen.
Dit is een rij vasten. De eerste vaste bestaat uit 2 lossen, die telt als 1 vaste.
Keren
Bij het keren hou je de haaknaald gewoon stil. Je draait je werk van rechts naar links zodat de opzetdraad aan je rechterkant ligt.
Als je de tweede rij vasten gaat haken, begin je met 1 losse, want de andere losse is er al. Dat is de laatste vaste van de eerste rij. De eerste echte vaste van de tweede rij wordt ingestoken bij de pijl.
Steek voor de eerste vaste van de tweede rij in bij de pijl
- De derde basissteek is het stokje. Als je stokjes wilt haken, begin je weer met een ketting van lossen. Voor het eerste stokje steek je in de vijfde losse vanaf de haaknaald. De eerste drie lossen is de hoogte van de stokjesrij, de vierde losse is de basissteek en boven de vijfde losse komt het eerste echte stokje. De vier lossen aan de zijkant tellen we voor 1 stokje. Om een stokje te maken sla je één keer de draad om de naald voordat je in de bovenkant van de losse steekt. Je trekt met de haaknaald de draad op uit de losse, let op: alleen door de losse.

Sla de draad om de haaknaald en trek de draad door de twee lussen op de haaknaald:

Sla de draad weer om de haaknaald en trek de draad door de beide (laatste) lussen:

Een rij stokjes
Keren
Het keren gaat op dezelfde manier als bij de vasten.
Om een tweede rij stokjes te haken, begin je met 3 lossen. Deze lossen vormen de hoogte van de rij stokjes. Dan haak je het eerste stokje door in te steken bij de pijl. Zie de afbeelding.
Eerste stokje van de 2de rij haken door in te steken bij de pijl
Het laatste stokje van de rij wordt gehaakt boven de beginlossen van de vorige rij. Hiervoor neem je de 2 lussen op van de bovenste losse.
Afhechten
Dit is bij haken erg gemakkelijk. Je haalt de laatste lus een beetje omhoog, knip je draad op ongeveer 10 cm. af en steek het stukje draad door de lus. Daarna stop je de draad met behulp van een naald door enkele steken en knip het restantje af.
Rondjes haken
Ook rondjes haken is niet moeilijk en biedt weer tal van nieuwe mogelijkheden.
Leer ook rondjes haken.
Kleuren wisselen
In een werkstuk kunnen we verschillende kleuren gebruiken.
Leer met verschillende kleuren haken in een werkstuk.
Nodig:
- 1 haaknaald
- haakgaren
Er zijn haaknaalden van verschillende diktes verkrijgbaar. Stem de haaknaald altijd goed af op het gekozen haakgaren.
Boeken
Boeken die u verder op weg kunnen helpen

